white background
At the HART

Creëer een zang-en-dans over handhygiëne

Leuke aanpak van de gezondheidswerkers die de moeite loont tijdens hun vrijwilligerswerk in Kenya.

Door de aanpak spontaan te wijzigen kon Niki Brandt potentieel levensreddende berichten over handhygiëne afleveren aan de gezondheidswerkers op het platteland in Kenya.

Niki, Sales & Marketing Manager bij HARTMANN in Zuid-Afrika kwam aan in een klein ziekenhuis in Kisumu County bij het Victoria Meer en stond klaar om een opleiding over handhygiëne te geven aan de plaatselijke gezondheidswerkers. Ze had een set PowerPoint slides die heel wat wetenschappelijke details bevatten, zorgvuldig bereid. De zaken liepen echter niet volledig zoals gepland.

“De eerste verrassing was dat er die dag geen elektriciteit was en dat ik bijgevolg mijn slides niet kon bekijken, ” zegt Niki. “Ik realiseerde ook al zeer snel dat veel personeelsleden en vrijwilligers van de gemeenschap die ik zou opleiden enkel een beperkt wetenschappelijk opleiding hadden genoten en dat hun kennis van het Engels gering was.”

Radicale verandering van het plan

Niki Brandt and a woman of the Kisumu community are chatting and laughing.

Niki had een nieuw basisplan nodig. “Toen ik Kenya 10 jaar eerder bezocht, werd ik getroffen door het feit dat er hier zoveel gezongen en gedanst werd,” legt ze uit. Daarom besloot ik om te trachten de groep ertoe aan te zetten een zang-en-dans routine te creëren als ondersteuning bij het aanleren van de 12 stappen van de richtlijnen voor handhygiëne van de Wereldgezondheidsorganisatie.

“Ik was niet helemaal zeker dat het zou werken maar de groep vond het leuk. Het was energiek en plezierig. Voor de sessie ten einde liep vertelden de mensen mij dat ze zich dit zeker zouden blijven herinneren. Zij hadden heel goed begrepen hoe belangrijk een goede handhygiëne is.”

En Niki verliet de stagiairs nadat ze hen kopieën van de richtlijnen had overhandigd zodat ze hun kennis – en de dans – aan anderen konden doorgeven.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterven er elke dag duizenden mensen van infecties opgelopen tijdens het toedienen van gezondheidszorgen. Ieder jaar worden er ongeveer 135.000 infecties bij het toedienen van gezondheidszorgen in Europa opgelopen en 100.000 in de Verenigde Staten. Infectiecijfers liggen hoger in de ontwikkelingslanden. In de gezondheidszorg gebeurt kiemoverdracht meestal via de handen en een slechte handhygiëne betekent een risico voor de patiënten.

Een missie daar waar deze noodzakelijk is.

Niki was in Kenya in maart dit jaar gedurende een week op missie met een humanitaire hulporganisatie. Niki was er met drie collega-vrijwilligers: Fiona Monaghan, Christine Bloch en Kai Weller.
De vier besteedden hun tijd met opzoekingen over de werking van de organisatie in Kisumu , bezochten ziekenhuizen en plaatselijke scholen, leidden gezondheidswerkers op en werkten met hen samen. Fiona en Christine leidden interactieve sessies voor gezondheidswerkers respectievelijk over voeding en wondmanagement. Ondertussen sprak Kai over seksuele opvoeding met groepen jonge mannen uit de omliggende gebieden.

Na hun bezoek aan Kenya was er in 2016 een missie met een andere groep HARTMANN vrijwilligers om een project in Bolivia te ondersteunen en desinfectie praktijken te bevorderen.

Prachtig en nederig

Members of the Kisumu community and HARTMANN volunteers standing in front of a building smiling into the camera.

Over de periode die ze in Kenya verbleef, zegt Niki: “Het was een prachtige tijd voor mij. Toen ik opgroeide wou ik lerares worden en tijdens mijn carrière heb ik ervan genoten verpleegkundigen te mogen opleiden en collega’s te coachen en als mentor op te treden. Ik hield van het gevoel opnieuw te worden verbonden met de lerares die in mij schuilt!

“Het was ook een nederig ervaring. De mensen die we ontmoetten waren zeer gastvrij en vriendelijk. Zij zijn zeer vindingrijk om de juiste weg te vinden om voor hun patiënten te zorgen – zelfs met beperkte toegang tot stromend water en elektriciteit.

“Ze waren ook ongelooflijk leergierig – bleven vragen waarom – en waren enorm dankbaar voor onze inbreng.”